Blog 4 – Marokko naar Senegal

Een kleine twee weken geleden was onze eerste blog, over de motorreis per Transalp van Utrecht naar Kaapstad in Zuid-Afrika. Toen waren we net in Marokko aangekomen en maakten we ons op voor de Atlas en de Sahara. In de tussentijd is er veel gebeurd en is de wereld veranderd. Niet alleen in Nederland, maar ook in Noord-Afrika.

Nadat we in de sprookjesachtige medina van Fez verdwaalden, maakte we ons snel op voor de bergen van de Marokkaanse Atlas. Langzaam maken de groene velden van Noord-Marokko plaats voor heuvels, rotsen en bergen. Dagenlang rijden we langs rivieren, door valleien en over schitterende onverharde paden. Vriendelijk zwaaien de lokale Berbers ons toe. Het voelt voor ons alsof de reis nu echt begonnen is. De natuur is adembenemend: besneeuwde pieken schieten voor ons omhoog en de motoren houden goed stand. De dagen zijn precies zoals we ze hadden voorgesteld.

 Op weg naar Kaapstad

Al vrij snel na Agadir rijden we door een indrukwekkend landschap. Vanaf een hogere vlakte dalen we af richting de kust. Ineens zien we niets anders dan droge vlakten, rots, steen en droogte. Een imposant en indrukwekkend landschap, wat ook ergens al wat angst inboezemt. Die avond komen we tegen onze bedoeling in in het donker te rijden. We waren getipt over een mooie wildkampeerplek aan de kust. We weten een kronkelend karrespoor in het zand te vinden, dat ons leidt richting een klif met uitzicht op zee. Het uitzicht met ondergaande zon en roodkleurende lucht is prachtig.

Net voordat we bij onze GPS-coördinaten aankomen, doemt er een klein containertje op waar een bezwete man uit rent. Hij wuift ons druk gebarend weg. We snappen het niet. Daarna volgt toch enige uitleg. We blijken op een defensie/marine-stukje terecht te zijn gekomen, met aan de zijkanten uitkijkpunten. We moeten zo snel mogelijk weg. Er zit niets anders op dan in het donker een andere kampeerplek vinden.

Ook de dagen erna is er niets anders dan zand, steen, rots en droogte. Het zijn lange rechte wegen. Het is veelal verlaten, rustig om ons heen. Af en toe steekt een kudde kamelen de weg over en knijpen we in de remmen. Niet zozeer de typische zandduinen, maar veelal droge vlaktes. We passeren veel verlaten dorpjes, tankstations en af en toe een voetganger waarvan wij ons afvragen waar die naartoe gaat.

Nadat we het schiereiland met de stad Dahkla in de Westelijke Sahara hebben gepasserd, oogt alles nog desolater en is er helemaal niets meer. De temperatuur neemt toe en er is steeds meer zand. Er zijn geen dorpjes meer, louter lege vlaktes en rechte wegen. Het is het laatste stuk richting de grens met Mauritanië. Dat het lastig is om concentratie te houden na twee dagen rechtdoor rijden in woestijngebied waar verders niet is, merkt Nander als hij met 100 kilometer per uur een opgehoopte zandduin op de weg knalt. Het stuur wil naar links en rechts, de motor slingert hard, maar met meer geluk dan wijsheid weet hij de motor overeind te houden. De schrik zit er goed in.

We zijn blij weer mensen te zien bij een checkpoint, waar we ons paspoort moeten laten zien en we ook de motoren nog een keer vol brandstof kunnen gooien. De wind met zand guurt langs het checkpoint. Het is zo desolaat, we kunnen niet voorstellen hier te moeten wonen of leven.

Bij de grens met Marokko slaat opnieuw de schrik toe. De eerste douanebeambte die we spreken, geeft aan dat Mauritanië de grens heeft gesloten. We vragen door en even later geeft hij aan dat we het zelf maar moeten uitzoeken. De grens met Mauritantië is een bijzondere. De Westelijke Sahara wordt gezien als door Marokko bezet gebied. Ook de Arabische Democratische Republiek Sahara (ADRS) maakt aanspraak op dit stuk grond.

Het stuk na de Marokkaanse grens wordt door Marokko gezien als niemandsland, maar door ADRS als onderdeel van haar gebied. Dit maakt dus dat er een complexe en bijzondere situatie is, waar het niet duidelijk is wat je kunt verwachten. Dit blijkt ook uit ervaringen van andere reizigers. En het is ook iets waar wij snel achter komen. Na wat checks gaan de Marokkaanse poorten open. We worden snel gemaand door te rijden. Dan volgt een surrealistisch gezicht.

Bij het opengaan van de poort, geven we snel gas en schieten we het laatste gebouwtje voorbij. Voor ons zien we een enorme stoet aan vrachtwagens en auto’s. Bij het passeren langs het laatste gebouwtje, steken de strenge zanderige winden weer op. Gelijk zijn we terug in de realiteit van de Sahara. Het zicht bevreemdt ons echter. De weg houdt volledig op. In de duinen zien we gestrande auto’s. Het oogt haast beangstigend. Niet iedereen haalt Mauritanië, zo wordt maar weer duidelijk.

Langzaam rijden we van het laatste stukje asfalt het mulle Sahara-zand in. Langs ons heen schiet een auto het zand in. Ploegend baant de oude donkere Mercedes zich een weg door het zand. We twijfelen: waar moeten we heen? Er is niet een duidelijk pad. Iedereen lijkt zijn eigen route door de zandduinen naar Mauritanië te vinden. Van de andere kant komt in de verte een vrachtwagen ons tegemoet. Achter ons schiet opnieuw een auto voorbij. Een oude Mercedes met een hoog dictatorgehalte stuift richting de vrachtwagen. Uit het raam hangt een donkere man in een leger-outfit. Het lijkt een scène uit een film. De vrachtwagen wordt gemaand te stoppen, maar weigert. Heftig gebarend hangt de man in camouflagepak half uit het raam. De vrachtwagen schiet door. Het is ons niet precies duidelijk wat hij wil, maar geld lijkt het motief.

Verderop komt een andere vrachtwagen langzaam vooruit in het zand. Het spel herhaalt zich. Langzaam ploegen we door het mulle zand met onze bepakte motoren. Langs totaal gestripte auto’s, karkassen zijn het in feite, komen we langzaam dichter bij het grensgebouw van Mauritantie. Het oogt zo desolaat, afstandelijk en rauw. Geen plek waar je graag lang wilt blijven.

 Wachten op weg naar Kaapstad.

Het is inmiddels halverwege de middag en de zon staat op zijn hoogtepunt. Voor het grensgebouw doemt een kleine rij met auto’s op. We besluiten er voorbij te rijden en parkeren de motoren pal voor de Mauritaanse poort. Snel wordt onze temperatuur opgemeten, in verband met corona, maar vervolgens worden we verzocht om onze motoren in de rij te zetten en te wachten. Een onzekere middag volgt. Het gerucht gaat dat de grens dicht is en dat we moeten wachten totdat meer duidelijk wordt. We bevinden ons echter nog steeds in het niemandsland. Het is heet, niet prettig, de harde zanderig wind neemt toe. We schuilen naast onze motoren. Het oogt surreëel. De gestripte auto’s, de verlatenheid en het schimmige spel met het stoppen van auto’s wat achter ons door gaat.

We begrijpen dat om 18.00 uur de grens met Marokko dicht gaat. Als we niet toegelaten worden door Mauritanië moeten we op tijd terug naar Marokko. Het wordt ons afgeraden om de nacht in niemandsland door te brengen, aangezien er geen regels, politie of iets anders is. De Mauritaanse grenspost communiceert slecht en geeft aan dat het ons eigen risico is. Onder geen beding mogen we de nacht voorbij de poort slapen. We nemen de gok, hopend dat ze ons niet laten zitten. Na wat spannende uren, de Marokkaanse grens is inmiddels gesloten, komt met zonsondergang een belletje uit de hoofdstad dat we het land in mogen. Er volgt nog een heel bureaucratisch proces en verzoekjes om geld, maar bij het invallen van de schemer rijden wij Mauritanië binnen. Het is donker en we zijn gesloopt als we in ons hotel in Nouadibhou neervallen.

 Urenlang rijden door het niks op weg naar Kaapstad

De volgende dag bikkelen we snel door. Het is ons inmiddels duidelijk dat veel landen en grenzen ook in de greep van het coronavirus zijn. We willen daarom zo snel mogelijk uit het hete, droge en zanderige Sahara-gebied zijn. We kiezen ervoor om zo snel mogelijk door te reizen richting Senegal. Ook dit gaat niet zonder slag of stoot. Dit ondervinden we aan de lijve als blijkt dat tussen Nouadibhou en Nouakchott er een zwaar benzinetekort is. We treffen geen enkele pomp met benzine buiten de steden. Uiteindelijk komen we op 100 kilometer voor Nouackhott bij het vallen van de avond zonder brandstof te zitten en gaan Remco en Nander door op één motor om brandstof te vinden, Erwin en Mareijn achterlatend in het donker van de woestijn. Het lukt: bij een handelaar in de woestijn worden een paar jerrycans afgenomen. Het is opnieuw nachtwerk geworden.

 Spanning bij grenzen en checkpoints op reis door Afrika

Van het voornemen om niet in de avond te rijden, komt weinig terecht. Tegen 22.00 uur rijden we Nouackhot binnen. Het is nog een dag rijden naar Senegal. Geruchten over grenssluitingen in verband met corona nemen toe. We besluiten om in de ochtend weer vroeg weg te rijden. Er wacht ons opnieuw een uitdagende dag. De grens tussen Mauritanië en Senegal ligt bij het plaatsje Rosso.

De zogenaamde Rosso-border staat op het internet vaak omschreven als de meest beruchte en corrupte overgang van Afrika. Maar we hebben geen keus want andere grenzen zijn gesloten. Het blijkt een ongekend spel te zijn tussen fixers en beamten waar we een boek over kunnen schrijven. Het wordt pas echt vervelend als het van verbale intimidatie opeens fysiek wordt. Duwen, trekken, slaan op de motoren: alles wordt gedaan om ons onder druk te zetten aan de Mauritaanse kant van de grens. Uiteindelijk betalen we geen euro en komen we, inclusief motoren, per boot aan in Senegal.

Voor nu hebben we besloten om hier in Senegal even pas op de plaats te maken. Om ons heen sluiten de grenzen zich en de verspreiding van het coronavirus neemt ook hier toe. We blijven een weekje in Toubab Dialao en kijken hoe de situatie zich verder ontwikkelt. Terugvliegen is in ieder geval geen optie meer. Het vliegveld is gesloten, net als de grens met Mauritanië. Onze droom van Kaapstad blijft, maar of het komende maanden gaat lukken, is de vraag. De wereld heeft terecht andere prioriteiten.

Blog 3 – Week 2

Transalp Nomads, vier neven met vier Honda Transalps 600, onderweg van Kamerik (Utrecht) Nederland naar Kaapstad, Zuid-Afrika. Hoe lekker de zon in Spanje ook is, heel lang genieten de Transalp Nomads er niet van in Spanje. We willen door, het avontuur lonkt, en de zon zullen we nog genoeg zien gedurende ons avontuur. 

Het idee is niet om slechts te overwinteren in Spanje. In tegenstelling tot veel campers en pensionado die we onderweg steeds meer tegenkomen. Benidorm laten we toch maar links liggen, en we gaan kilometers vreten om wat sneller in Malaga aan te komen. We eindigen in Roquetas de Mar. Waar in Catalonië het toeristenseizoen nog niet begonnen was, zoeken veel toeristen blijkbaar het warmere zuiden op. In de directe omgeving van Roquetas de Mar is er gigantisch veel tuinbouw. Almería is de grote stad vlakbij, verder wordt alle ruimte benut voor de tuinbouw. Veelal tomaten worden verbouwd in de oneindige hoeveelheid kassen. We overnachten in een gloednieuw appartementencomplex aan de rand van de stad, die van alle gemakken is voorzien om in comfort de dag door te komen. Naast ons hotel ligt een grote parkeerplaats waar de vele campers zich ophopen. 

Het is nog zo’n 2:30 uur naar Malaga. Een kort ritje die we nog wat aantrekkelijker maken door de bergen in te trekken naar een groot stuwmeer. Wanneer we iets doorrijden staat al snel Ferdinand ons op te wachten met zijn Honda Transalp. Ferdinand is een geboren Kamerikker en fervent Transalp rijder en tegenwoordig woonachtig in een rustig dorpje aan de rand van Malaga. Hij is bereid geweest om ons te ontvangen, door Malaga te begeleiden en ons verder voor te bereiden voor de oversteek naar Afrika. 

Ferdinand rijdt ons voor naar zijn huis waar we ons op kunnen frissen, en al snel koud bier en lunch voorgeschoteld krijgen. Voordat we de oversteek maken naar het zuidelijke continent wilden we graag onze banden laten vervangen. Van banden voor de weg naar All-Road banden, die het hopelijk vol gaan houden tot aan Zuid-Afrika. Voor de kenners; onze keuze is gevallen op de Mitas E07. Ferdinand heeft zich ingespannen om deze voor ons klaar te laten leggen. De bandenzaak Neumaticos Vargas, in samenwerking met de zuid Spaanse motorclubs El Suizo en Dale Jierro, hebben de bandenwissel gelijk als ware attractie verheven. Samen met vlogger en de nodige PR is onze uitstekende bandenwissel online te zien onder de volgende link. Een drankje in het biker café verder en het is tijd om onze nieuwe banden in te rijden richting Ferdinands huis. Ferdinands vrouw, Monica, heeft ondertussen vele Spaanse delicatessen klaar gemaakt waarvan we mochten genieten. Ook via deze weg nogmaals hartelijk dank aan Ferdinand en Monica voor de gezelligheid, het verblijf, eten en het regelen van de bandenwissel. 

Nog met een volle maag van het diner, een verse Spaanse jus d’orange en een kop koffie verder, word er vroeg op de motor gestapt. Dit om rond het middaguur de ferry van Tarifa (Spanje) naar Tanger (Marokko) te pakken. Ferdinand gaat ons voor langs de Costa del Sol tot aan het zuidelijkste puntje van Spanje. Bij de douane worden we nog bang gemaakt doordat er al groepen rally rijders zijn geweerd in verband met preventie tegen het Corona virus. Een dag later zal blijken dat wij een van de laatste mogelijkheden hebben gepakt om in Marokko aan te komen. Vanaf dan worden de ferry’s vanaf Spanje geweerd door Marokko. 

Het is een korte maar wilde overtocht. Het duurt ongeveer een uur, waarbinnen je op de boot nog langs de immigratie mag. Het blijft bij enkele korte vragen of dat je je grieperig voelt. De strengere controle is op het vasteland, waar spullen doorzocht worden en kritische vragen worden gesteld. Zonder problemen komen we de grens door. We zijn in Afrika! 

Na de grens ben je direct in het chaotische Tanger. Het is druk op straat. Er word aan de weg gewerkt en direct na de grens staat het verkeer muurvast. We leren onszelf snel de Afrikaanse rijstijl aan, en wurmen ons inclusief bepakking door de chaos heen. De claxon weten we steeds makkelijker te vinden. Net voordat we de stad uit zijn pinnen we snel wat geld en kopen een Sim kaart.

Onder motorrijders staat Marokko al bekend als geweldig land om doorheen te touren. Ferdinand maakt bijvoorbeeld bijna elk jaar de oversteek om het avontuur op te zoeken. Het is een toegankelijk land, de Nederlandse motorverzekering geeft bijvoorbeeld ook dekking voor Marokko. Het landschap is verrassend divers, en het eten is er heerlijk.

Het eerste stuk rijden we door het Rifgebergte richting naar Chefchaouen. Het is een toeristische trekpleister met een blauw geschilderde Medina. Waarom blauw? Hier zijn verschillende theorieën voor. Het lijkt dat dit tegen de muggen is, of een andere theorie is dat Joodse mensen dit tijdens de diaspora hebben geschilderd als symboliek voor bescherming. Het Rifgebergte is tot onze verbazing prachtig groen rond deze tijd van het jaar. De weg naar Chefchaouen was al mooi, maar de volgende dag pakken we de toeristische route naar Fes. Door onverharde stukken, langs kleine dorpen met veel kleinschalige landbouw en loslopend vee.

Blog 2 – Na regen komt zonneschijn

Transalp Nomads, vier neven met vier Honda Transalps 600, onderweg van Kamerik (Utrecht) Nederland naar Kaapstad, Zuid-Afrika. Na de lastige eerste dag, ook de tweede dag pech en regen, maar uiteindelijk brak na uren door de sneeuw op de derde dag ook de zon door. 

Maandagochtend staan we op om 06 uur en we vertrekken op tijd uit Parijs, om netjes te voldoen aan de Parijse milieuregels. We sturen de Transalps vlotjes over de kletsnatte Parijse kasseien, langs het Louvre, de Seine en Notre Dame. Door de regendruppels heen zien we Eiffeltoren nog even te voor schijn komen. Snel koersen we aan op een grauw industrieterrein in een Parijse voorstad. Hier hebben we een self-service motorzaak gevonden, waar we hopen de problemen met de Transalp van Remco te kunnen verhelpen. 
Binnen een uur vinden we de motorzaak, maar helaas is niemand aanwezig. Mareijn vindt in de buurt een andere garage, waar klassiekers worden gerepareerd. Binnen mogen we zelf proberen de motor van Remco weer aan de praat te krijgen. 

Vlotjes schroeft Erwin de onderdelen van carburateur los en verwijdert wat vuil. Hopelijk is dit het euvel. Binnen onderhalfuur zit de motor weer in elkaar en kunnen we het opnieuw gaan proberen. Het werkt, de motor van Remco rijdt weer als een zonnetje. 

Eind van de ochtend, in de opnieuw stromende regen, zetten we koers richting Saint-Flour, een op het centraal massief gelegen Franse stad. Uren jakkeren we door de regen, elke twee uur warmen we ons zelf op bij een tankstation. Handschoenen en kleding raakt doorweekt, maar de Transalps houden voorlopig stand. Akkers trekken urenlang voorbij en saint-flour komt langzaam in zicht. 

Net als we even op een N-weg rijden, krijgt de motor van Nander kuren. Hortend en stotend komt de Transalp tot stilstand. Opnieuw proberen. Stukje rijden, opnieuw horten en stoten, het lijkt er op dat niet allebei de cilinders juist functioneren. Ook Erwin probeert het even; zelfde ervaring. Nander denkt het probleem te herkennen, van een paar jaar geleden toen zijn CDI kapot was (voor de kenners, de CDI’s waren reeds anders gemonteerd). De CDI’s worden vervangen en gewisseld. Na de eerst wissel, nog het zelfde probleem. Bij de tweede wissel kwam de opluchting; inderdaad een kapotte CDI. Goede voorbereiding en vier reserve CDI’s, zorgt ervoor dat we snel door kunnen. Saint-Flour blijkt te ver te zijn. We slapen langs de snelweg in Clermont-Ferrand. Na wat ham- en chicken burgers in een Iris pub, vallen we snel in slaap. 

Dinsdagochtend starten we weer op tijd, na een snel supermarkt ontbijt, is ons doel om richting Barcelona te gaan rijden. Snel hopen we de Spaanse zonnestralen te zien na de eerste natte dagen. Maar dat blijkt ijdele hoop. Eerst het Franse centraal massief. Al snel blijkt dat we dit onderschat hebben. Lachend rijden we de eerste berg op en tellen we af tot dat we de 1000 meter zijn gepasseerd. In de verte zien we besneeuwde toppen. Leuk, sneeuw wordt er geroepen. Maar, als snel vergaat ons het lachen. De temperatuur daalt verder. Even later rijden we tussen de besneeuwde akkers en blijkt dat verschillende bergen en heuvels volgen. De temperatuur is inmiddels onder het vriespunt gedaald en sneeuw ligt niet meer alleen op de akkers, maar ook langs de wegen. Daar hadden we niet op gerekend. Het wordt stil op de intercom, een kleine twee uur zetten we ons door de kou heen. Dan doorbreekt Mareijn de stilte. Tijd voor koffie? Het insturen van de bocht voor het tankstation lukt haast niet meer door de verkleumde handen en voeten. 

Ook bij het tankstation zijn we nog niet helemaal scherp. Door een klein foutje rijden we weg van de pomp, met een tankslag die blijft hangen aan een van een Transalps. De Transalp houdt stand, de pomp en tankslang niet. Verder worden geen mededelingen gedaan. 

Spanje komt dan langzaam in zicht. Het Centraal-Massief neemt af en Beziers en Perpignan komen in beeld. De temperatuur stijgt, het rijplezier ook. Net voor de Spaanse en Catalaanse grens schieten de Pyreneeen omhoog. Donkere wolken  trekken zich samen. Dit keert valt het mee. Regen blijft uit.

 We passeren de Spaanse grens droog en gelijk trekt de lucht open en komen de Spaanse zonnestralen door. We zetten door richting Malgrat del Mar, waar we onderweg een appartement hebben geboekt. Na een lange dag, een Mexicaanse diner, vallen we in slaap in het appartement, waar we ieder ons eigen appartement hebben. 

Woensdagochtend rijden we om 09 uur weg uit het Spaanse kuststadje. De avond ervoor bleek het nagenoeg verlaten en kon met moeite een restaurant gevonden worden. In de ochtend meer leven in de brouwerij en wat ’mediterraans’ commentaar op onze parkeerkunsten. Op naar koffie in Barcelona.

 Voorspoedig rijden we naar de Sagrada Familia en hebben we een ochtendstop met uitzicht op dit monument. Na een kort bezoek aan Las Ramblas en Camp Nou, waar de motoren al het nodige bekijks trokken, zetten we door richting Valencia. We vermijden snelwegen en rijden langs de Spaanse kustlijn. Bij een van de Spaanse kustplaatsjes beleven we ons meest hachelijke moment tot nu toe. 

Bij een stoplicht wordt keurig gestopt, als in eens rakelings een wit bestelbusje langs ons heen schiet en op de verkeerde bouleard-rijbaan terecht komt. Met een klap komt de witte bus tot stilstaand, tegen een witte betonnen muur, op de verkeerde baan en blokkeert het tegengestelde verkeer. Een ingedeukte neus, een geblokkeerde rechtervoordeur en een emotionele Spanjaard zijn het gevolg. Niemand van ons blijkt geraakt. We laten de hevig gebarende Spanjaard snel achter ons en zetten door richting Valencia. 

De middag uren, stijgt de temperatuur en we rijden uren over rustige wegen, tolwegen vermijdend. Zo zien we het graag. Heerlijk toerend met een zonnetje. 
We hebben een appartement met zwembad geboekt aan het strand in de buurt van Alcanar, in het uiterste puntje van Catalonië. Door het gunstige seizoen, zijn de prijzen gunstig en ons verblijf prachtig. Een mooi afsluiting van de eerste vier dagen en wat welverdiende relaxte uurtjes aan het zwembad. Videos volgen. Malaga, komt langzaam in zicht. Op naar de volgende dagen in de Spaanse zon!

Dag 1: Regen, wind en pech

 Transalp Nomads, vier neven met vier Honda Transalps 600, onderweg van Kamerik (Utrecht) Nederland naar Kaapstad, Zuid-Afrika. Na een mooi afscheid bij vertrek op Zondag 1 maart, wordt er vlot richting België gekoerst, met als doel Parijs. Een dag met regen, natte sneeuw en wind, die uiteindelijk door pech anders loopt dan gepland. 

Zondagochtend 1 maart was het dan eindelijk zover. De dag van vertrek. Het idee om het afscheid ‘klein’ te houden, was toch niet helemaal gelukt en we werden onder toeziend oog van meer dan 50 mensen fantastisch uitgezwaaid. Het leverde schitterende plaatjes en videobeelden op. Bepakt en bezakt vertrekken we vlotjes richting de A12 in Woerden, om richting Rotterdam, Breda, Antwerpen naar Noord-Frankrijk en Parijs te koersen. Een gek gevoel zo de eerste uren op de motor. Het is echter al snel zaak om volledige focus op de motor te houden, door de sterke wind die er staat. Zeker wanneer we de Hollandsch Diep passeren is het aanpoten, om de motoren op de juiste rijbaan te houden. We zijn begonnen!

Binnen anderhalf uur staan we in Antwerpen en drinken we een cappuccino aan een weelderig tankstation. We spreken uit, dat als het zo door gaat dat we wel eens vroeg in de middag op de champs-elysees zouden kunnen staan. Het blijkt echter al snel anders te lopen. Rijdend over de Belgische snelwegen, de gaten en scheuren vermijdend, zetten we door richting Noord-Frankrijk. Net voordat we nog een laatste keer willen tanken in België, lukt het Remco niet meer om ons bij te houden. Even de reserve stand van de tank aanspreken lijkt het devies. Echter blijkt dit al snel niet de oplossing te zijn. In de hoogste versnelling lukt het Remco, niet meer harder te gaan dan 80 kilometer per uur. In de een-na-hoogste versnelling lukt het soms nog net om de 100 te halen, maar geen fijne manier van rijden. 

Dan wordt het tijd om Erwin in te schakelen, die de meeste motorkennis met zich mee brengt. Erwin haalt e.e.a. los rond de carburateur en denkt aan wat vuil, die goede brandstoftoevoer blokkeert. We bellen ook nog even met Rob van Motorbandenzaak en hij denkt aan het zelfde. Met een rietje probeert Erwin het probleem te verhelpen. Het lijkt wat te werken, maar even later toch weer het zelfde euvel. We besluiten om in een wat langzamer tempo, door te rijden naar Parijs en daar een oplossing te gaan zoeken. 

De laatste uren naar Parijs bleek een barre tocht te worden. Urenlang regende het pijpenstelen, en werden we met windvlagen begroet. Net voor Parijs, daalde de temperatuur verder en pakken we nog wat natte sneeuw mee. Totaal doorweekt en verkleumd rijden we de voorsteden van Parijs binnen. Onder viaducten worden vuurtjes door vluchtelingen / daklozen gestookt om zich zelf warm te houden. Wij zetten door richting Gare du Nord en naar ons hotel. Met het invallen van de schemer, zoeken we een parkeerplek en lopen we richting het het hotel. Het eerste doel is gehaald en het avontuur begonnen!

Een kleine kamer wordt snel door ons gevuld en creatief proberen we de spullen te drogen. Iets later en met droge kleren aan, lopen we nog even richting Sacre Coeur. Eten wat Noodles, drinken een biertje en blikken we terug op een avontuurlijke eerste dag. De plannen voor de volgende dag worden besproken. Opzoek naar een een oplossing voor de motor van Remco.